Rensis Likert (e.a.) en het revisionisme (1950)

Gerelateerde afbeelding
In de periode 1950-1955 ontstond kritiek op de ideeën uit de Human Relations-beweging. Men zag die als een te idealistische kijk op organisaties, die gaan lijken op een club vrienden, terwijl men die in de praktijk bijna nooit tegenkomt. Bovendien worden de ideeën uit deze beweging niet eenduidig door onderzoeksresultaten ondersteund. Anderzijds wilde men ook niet terug naar het Scientific Management. Het is dus tijd voor een synthese van de twee. Warren G. Bennis omschreef het aldus: de benadering van Taylor is een organisatie zonder mensen en die van de HR-beweging groepjes mensen zonder organisatie. Hij benadrukte de noodzaak van een revisie van de uitgangspunten van de HR-beweging, waardoor de term revisionisme ontstond. Verschillende schrijvers hebben een poging ondernomen tot overbrugging van de twee tegengestelde hoofdstromingen: Likert, Herzberg, McGregor, Blake en Mouton. Deze schrijvers hebben dit gedaan vanuit een geheel eigen invalshoek.
Zo was Rensis Likert de eerste die een poging deed tot overbrugging van de twee stromingen. Hij richtte zich met name op de organisatiestructuur en communicatie en ontwikkelde de zogenoemde ‘linking pin’ structuur, waarbij de organisatie bestaat uit elkaar overlappende vergaderruimte amersfoort groepen, waarbij de leider van de groep ook lid is van een hogere groep (linking pin). Hij dient de groep te leiden maar ook te zorgen voor communicatie met de hogere groep (zie verder paragraaf 9.6).
Een andere theorie is ontwikkeld door Frederick Herzberg. Zijn theorie was geënt op de behoeftenhiërarchie van de psycholoog Maslow. Deze onderscheidde vijf niveaus van behoeften, naar de bevrediging waarvan elk mens volgens hem streeft. Dit alles ter verklaring van het menselijk gedrag. Zodra een lager niveau is bevredigd is het streven gericht naar een hoger niveau.
In opklimmende volgorde zijn dit: 1 fysiologische behoeften (eten, drinken, slapen, seks); 2 behoefte aan zekerheid en veiligheid (bescherming, stabiliteit, regelmaat);
3 behoefte aan acceptatie (vriendschap, erbij horen); 4 behoefte aan erkenning (prestige, succes); 5 behoefte aan zelfontplooiing (dragen van verantwoordelijkheid, ontwikkelingskansen, creativiteit enzovoort);
Hij gaf deze behoeften weer in de vorm van een piramide (figuur 4-4). Hoewel de theorie nooit afdoende is bewezen spreekt hij erg aan en heeft hij veel invloed gehad. Herzberg paste deze theorie toe op het gedrag van mensen in organisaties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *