Algemene bepalingen over besluiten

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Hoofdstuk 3: algemene bepalingen over besluiten De titel van hoofdstuk 3 Awb zou de indruk kunnen wekken dat dit hoofdstuk voor alle soorten besluiten geldt, maar dat is niet waar. Hoofdstuk 3 gaat uit van een driedeling in bestuurshandelingen, namelijk: besluiten die kantoorruimte huren amsterdam algemeen verbindende voorschriften inhouden; overige besluiten; andere handelingen van bestuursorganen dan besluiten.
Afhankelijk van het type bestuurshandeling is de Awb geheel, gedeeltelijk of niet van toepassing. Algemeen verbindende voorschriften afkomstig van de formele wetgever vallen geheel buiten het kantoorruimte huren haarlem toepassingsgebied van de Awb. Algemeen verbindende voorschriften afkomstig van lagere wetgevers (provincies, gemeenten) vallen slechts gedeeltelijk binnen het toepassingsbereik van de Awb. Afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 Awb (bekendmaking en mededeling) is niet van toepassing op algemeen kantoorruimte huren amsterdam zuidas verbindende voorschriften, volgens art. 3:1 Awb. De overige afdelingen zijn slechts van toepassing voor zover de aard van de besluiten zich daartegen niet verzet. Hoofdstuk 3 Awb is integraal van toepassing op ‘besluiten’, voor zover zij geen algemeen verbindende voorschriften inhouden. Op andere handelingen van bestuursorganen dan besluiten (bijvoorbeeld privaatrechtelijke en feitelijke handelingen) zijn de afdelingen 3.2 t/m 3.5 van toepassing, voor zover de aard van kantoorruimte huren amsterdam wtc de handelingen zich daartegen niet verzet (art. 3:1 lid 2 Awb). Afdeling 3.6 is derhalve niet van toepassing
88 3 Bestuursrecht algemeen
op algemeen verbindende voorschriften en privaatrechtelijke en feitelijke handelingen.
Deze afdelingen 3.2 t/m 3.6 van hoofdstuk 3 Awb komen hier nader aan de orde: zorgvuldigheid en belangenafweging (afd. 3.2) (bij de behandeling worden deze twee in de bredere context van de beginselen van behoorlijk bestuur gezet); advisering (afd. 3.3); uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afd. 3.4); bekendmaking en mededeling (afd. 3.6).
Beginselen van behoorlijk bestuur Beginselen van behoorlijk bestuur hebben een lange voorgeschiedenis. In een lange reeks van rechterlijke uitspraken hebben zij in de afgelopen decennia erkenning gekregen als normen waaraan de overheid is gebonden bij de uitoefening van haar bevoegdheden.

De minister

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bij de aanwijzing van een luchtvaartterrein wordt voor iedere grenswaarde een geluidszone rond dat terrein vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting door de landende en opstijgende luchtvaartuigen kantoorruimte huren amsterdam de vastgestelde grenswaarde niet mag overschrijden. De minister kan in geval van dreigende overschrijding van een vastgestelde grenswaarde buiten de daarbij behorende geluidszone het luchtvaartterrein tijdelijk gesloten verklaren. De sluiting kan worden beperkt tot bepaalde (soorten) vliegtuigen, kantoorruimte huren haarlem bepaalde vormen van luchtvaart, bepaalde start- of landingsbanen of bepaalde tijdsperioden. Verder kan de minister heffingen opleggen, in het bijzonder bij lawaaiige vliegtuigen. De aanwijzing tot luchtvaartterrein kan worden gewijzigd indien er sprake is van een vergroting van het terrein of van een wijziging van de banen die een vergroting van de geluidszone oplevert of van een andere vergroting van de geluidszone. De kantoorruimte huren amsterdam zuidas wijziging van de aanwijzing moet dezelfde procedure doorlopen als de aanwijzing zelf en moet eveneens in overeenstemming zijn met de geldende structuurvisie.
De exploitant van een luchtvaartterrein moet jaarlijks een voorstel indienen bij de minister van Verkeer en Waterstaat tot het vaststellen van een gebruiksplan van het luchtvaartterrein. De minister zal het plan vaststellen indien het gebruik van het luchtvaartterrein niet zal leiden tot een hogere geluidsbelasting dan is toegelaten volgens de vastgestelde zones, en indien de gestelde voorschriften en maatregelen voor het voorkomen of bestrijden van geluidhinder, in acht zijn genomen.
9.16.5 Wetgeving voor stoffen
Er zijn naast de Wet milieubeheer twee wetten die regels bevatten om het milieu en de kantoorruimte huren amsterdam wtc mens te beschermen tegen gevaarlijke stoffen: de Wet milieugevaarlijke stoffen en de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Wet milieugevaarlijke stoffen De Wet milieugevaarlijke stoffen beoogt mens en milieu te beschermen tegen gevaarlijke stoffen. De wet bestrijkt de gehele levensloop van stoffen: van productie, handel en gebruik tot en met de afvalfase. Het gaat onder andere om nieuwe chemische stoffen waarvan de gevolgen voor het milieu onbekend zijn.
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden heeft tot doel de toelating, het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden te reguleren. Een gewasbeschermingsmiddel bevat een werkzame stof om planten te beschermen, een biocide is een werkzame stof bestemd om een schadelijk organisme te vernietigen. Alleen een toegelaten gewasbeschermingsmiddel of een biocide mag men op de markt brengen, voorhanden of in voorraad hebben, binnen Nederland brengen of gebruiken.

Wetten en verordening

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Beroep bij de rechter
Tegen verlening of weigering van de vergunning staat beroep open, maar ook tegen kantoorruimte huren amsterdam andere besluiten op grond van milieuwetten.
Beroep instellen bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Op grond van de Wm worden niet alleen vergunningen verleend, geweigerd en ingetrokken, er kunnen ook nadere eisen worden gesteld, maatwerkvoorschriften op grond van het Ab worden opgelegd, dwangsommen opgelegd en er kan worden beslist tot toepassing van bestuursdwang. Tegen deze besluiten op grond van de Wm maar ook kantoorruimte huren haarlem tegen de besluiten op grond van de andere in art. 20.1 lid 3 Wm genoemde milieuwetten en regelingen kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (art. 20.1 lid 1 Wm). Omdat beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State open staat, kan geen beroep bij de ‘normale’ administratieve rechter, de rechtbank, worden ingesteld (art. 8.6 en 8.1 Awb). De Afdeling is kantoorruimte huren amsterdam zuidas dus ook de bevoegde rechter voor beroep tegen de besluiten op de milieuwetten die in art. 20.l lid 3 Wm staan; het zijn: art. 34 en 40 van de Mijnbouwwet; hoofdstuk VIia van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; de Kernenergiewet; de Wet geluidhinder; de Grondwaterwet; de Wet inzake de luchtverontreiniging; de Wet verontreiniging oppervlaktewateren; de Wet verontreiniging zeewater; de Wet kantoorruimte huren amsterdam wtc milieugevaarlijke stoffen; de Wet bodembescherming; de Wet bescherming Antarctica; de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen; en art. 125 Gemw, art. 122 Provw, art. 61 Wschw (bestuursdwang) en art. 5:32 Awb (dwangsom), voor zover het besluiten betreft die betrekking hebben op de handhaving van het bepaalde bij deze wetten en verordening.

Schadevergoedingsplicht

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De vergoeding wordt slechts uitgekeerd voor zover op andere wijze in een redelijke vergoeding niet is of kan worden voorzien. Een andere wijze van compenseren is schadevergoeding in natura; een bedrijf krijgt kantoor huren amsterdam bijvoorbeeld de mogelijkheid om op een andere en lucratieve wijze de bedrijfsvoering voort te zetten.
9 .10 Financiële bepalingen 389
De Wet milieubeheer biedt aldus een wettelijke schadevergoedingsregeling, evenals bijvoorbeeld de Wro, voor het geval het bestuur binnen zijn bevoegdheden en rechtmatig handelt. Het is overigens niet zo dat de overheid geen schadevergoedingsplicht heeft als er geen wettelijke regeling is.
• Voorbeeld Uit kantoor huren haarlem bijvoorbeeld een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak blijkt dat uitgegaan moet worden van het beginsel ‘gelijkheid voor de openbare lasten’, kort gezegd: de overheid moet (ook) de schade vergoeden als zij gebruikmaakt van haar bevoegdheden en daardoor abnormale schade veroorzaakt. De Afdeling zei dat het beginsel gehanteerd moest worden dat ten grondslag ligt aan art. 3.4 lid 2 Awb: de voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen kantoor huren amsterdam zuidas doelen. Het gaat daarbij om het beginsel ‘op grond waarvan bestuursorganen zijn gehouden tot compensatie van onevenredige (buiten het maatschappelijke risico vallende en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende) kantoor huren amsterdam wtc schade als gevolg van een op de behartiging van het openbaar belang gericht optreden.’ (ABRvS 18 februari 1997, AB 1997/143)

Algemene regels in het Activiteitenbesluit

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Algemene regels in het Activiteitenbesluit
In de bijlage van het Activiteitenbesluit (Ab) staat de lijst met categorieën inrichtingen waarvoor een milieuvergunning nodig is. Het grootste kantoor huren amsterdam deel van het Ab zelf beslaat de regels, die nodig zijn ter bescherming van het milieu tegen de nadelige gevolgen die inrichtingen daarvoor kunnen veroorzaken. Het stellen van deze regels en ook het krachtens deze regels stellen van regels door een ministeriële regeling (delegatie) is mogelijk gemaakt in art. 8.40 Wm en in art. 2a Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVO). Het Ab geldt zowel voor vergunningplichtige kantoor huren haarlem als voor niet-vergunningplichtige inrichtingen.
Gelijkwaardige oplossingen Het Ab geeft in bepaalde gevallen de mogelijkheid dat in plaats van bij of krachtens het Ab aangegeven (technische) maatregelen andere, ten minste gelijkwaardige, maatregelen kunnen worden toegepast (art. 8.40a lid 1 Wm). Voor het treffen van deze gelijkwaardige maatregelen is alleen in de gevallen met grote gevolgen voor het milieu voorafgaande toestemming nodig. Veelal zijn concrete voorschriften opgenomen in de vorm van kantoor huren amsterdam zuidas gekwantificeerde doelvoorschriften, zoals emissiegrenswaarden. Dergelijke gekwantificeerde doelvoorschriften geven eenduidig aan wat de maximaal toegestane milieubelasting als gevolg van een activiteit is. Zo wordt bijvoorbeeld de maximaal toegestane concentratie van een bepaalde stof in de afgassen of in afvalwater aangegeven, waarbij ook aangegeven wordt op welke wijze bemonstering moet plaatsvinden en welke analysemethode gebruikt moet worden voor het bepalen van de concentratie. Dergelijke doelvoorschriften bieden vrijheid bij de keuze van de maatregelen om aan het doelvoorschrift te kantoor huren amsterdam wtc voldoen. Welke (technische) maatregelen genomen moeten worden om aan deze voorschriften te voldoen, staat voor een deel van de doelvoorschriften in een ministeriële regeling met erkende maatregelen, die gekoppeld zijn aan een gekwantificeerd doelvoorschrift.

De Wet openbaarheid van bestuur

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De Wet openbaarheid van bestuur bevat in Hoofdstuk V enkele uitzonderingsgronden en beperkingen op de informatieverstrekking. De hoofdregel is openbaarheid; de rechter zal overeenkomstig de bedoeling van de wet niet snel oordelen dat informatie niet openbaar is. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb beperkt niet het inzagerecht van kantoor huren amsterdam stukken: eenieder mag de openbare stukken inzien. Stukken bedoeld in art. 10 Wet openbaarheid van bestuur worden niet ter inzage gelegd. Eenieder heeft toegang tot de voorbereidingsprocedure. Voor het overgrote deel van de milieuwetgeving kantoor huren haarlem gebeurt dit door een algemene bepaling in art. 13.3 Wm. Door deze regel vast te leggen in afdeling 13.2 Wm, geldt deze bepaling niet alleen voor gevallen waarin in de Wet milieubeheer zelf de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is verklaard, maar ook voor alle in art. 13.1 lid 2 Wm genoemde milieuwetten waarin naast afdeling 3.4 Awb afdeling 13.2 Wm van toepassing is verklaard. In twee gevallen kan de kantoor huren amsterdam zuidas procedure geheel of gedeeltelijk achterwege blijven. In art. 13.10 en 13.11 Wm worden de omstandigheden beschreven: het belang van de veiligheid van de staat en spoedeisende beslissingen inzake de verwijdering van kantoor huren amsterdam wtc gevaarlijke afvalstoffen.
Op grond van art. 15.34a Wm worden voor beschikkingen tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing krachtens de Wet milieubeheer geen leges geheven.

Vaststelling van het kwaliteitsniveau en handhaving

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Vaststelling van het kwaliteitsniveau en handhaving
De bestuursorganen moeten het kwaliteitsniveau met betrekking tot de in bijlage 2 van de Wet milieubeheer genoemde stoffen vaststellen met winkel huren amsterdam behulp van metingen of berekeningen (art. 5.19 Wm). Bij ministeriële regeling zijn regels gesteld ten aanzien van het meten en berekenen (art. 5.20 Wm). Titel 5.2 van de Wm bevat verschillende verplichtingen voor bestuursorganen. De minister van VROM kan aan Gedeputeerde Staten of burgemeester winkel huren haarlem en wethouders op grond van art. 5.23 Wm een aanwijzing geven alsnog aan een verplichting uitvoering te geven, bijvoorbeeld aan het tijdig uitvoeren van de maatregelen die in het NSL staan beschreven.
9.4 Milieueffectrapportage
Grote projecten van particulieren of van de overheid kunnen grote gevolgen hebben voor het milieu. Vóórdat daartoe toestemming wordt gegeven of besloten wordt, moeten de gevolgen voor het milieu zijn onderzocht. Dit winkel huren amsterdam zuidas bevordert dat tijdig over de milieugevolgen wordt nagedacht. De plicht tot het maken van een Milieueffectrapport (MER) berust op hoofdstuk 7 Wm (subparagraaf 9.4.1). Op grond van de EU-richtlijn van 27 juni 2001 zijn ook voor plannen een MER-plicht in het leven geroepen (subparagraaf 9.4.2). Indien een MER-plichtig plan alleen betrekking heeft winkel huren amsterdam wtc op de inpassing van een locatie van een activiteit waarvoor een MER-plichtig besluit wordt genomen, moet één MER worden gemaakt (subparagraaf 9.4.3).

Reconstructieplan

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Nadat de wet in werking zal zijn getreden, hebben de provincies negen maanden de tijd om het concept-reconstructieplan voor het betreffende gebied of delen ervan te maken. In dit plan wordt zowel de bestaande als de gewenste toestand van de te reconstrueren gebieden winkel huren amsterdam beschreven. Ook worden de maatregelen en voorzieningen beschreven die noodzakelijk zijn om de gewenste situatie te bereiken. Het concept-reconstructieplan wordt ter visie gelegd. Er is vervolgens vier weken de gelegenheid voor inspraak. Provinciale Staten stellen het reconstructieplan in de daaropvolgende acht weken vast.
338 8 Overige wetten voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
Het vastgestelde plan winkel huren haarlem van de provincie moet door de ministers van LNV en VROM worden goedgekeurd. Het plan is MER-plichtig. Het reconstructieplan bestrijkt een termijn van ten hoogste twaalf jaar. In elk geval eens per vier jaar bekijken Gedeputeerde Staten of het reconstructieplan aanpassing behoeft.
Ad b Programma financiering Met inachtneming van de beleidsdoelen worden reconstructieplannen ontworpen onder regie van de provincie. Gedeputeerde Staten stellen het reconstructieplan winkel huren amsterdam zuidas vast, na overleg met de maatschappelijke organisaties, waterschappen en gemeenten. Indien gebleken is dat het reconstructieplan in voldoende mate de beoogde beleidsdoelen zal realiseren, stelt het Rijk gelden beschikbaar. Vervolgens vindt de uitvoering plaats op basis van meer winkel huren amsterdam wtc gedetailleerde uitvoeringsprogramma’s. In een bestuursovereenkomst wordt een politiek beleidsmatig en financieel commitment aangegeven. De uitvoeringsprogramma’s voor delen van het plan zullen een periode van enkele jaren bestrijken.

Doel van de wet

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl
Het doel van de Wet voorkeursrecht gemeenten (WVGem) is het verschaffen van een voorkeursrecht voor gemeenten bij de verwerving van winkel huren amsterdam onroerende zaken. Met name ter effectuering van het stadsvernieuwingsbeleid is het belangrijk dat de gemeenten over een voorkeurspositie kunnen beschikken bij aankoop van onroerend goed. Een effectief stadsvernieuwingsbeleid is niet mogelijk indien projectontwikkelaars en speculanten onroerende zaken wegkopen. Deze zouden dan alleen via een tijdrovende en moeizame onteigeningsprocedure door winkel huren haarlem de gemeenten in eigendom kunnen worden verkregen.
8.9.2 Instrumenten
Om het doel te bereiken zijn in de Wet voorkeursrecht gemeenten de volgende instrumenten opgenomen. Op grond van art. 2 WVGem kan de gemeenteraad gebieden aanwijzen waarin de gemeente het eerste recht van koop heeft. Voor aanwijzing komen alleen gronden in aanmerking waaraan bij een structuur- of een bestemmingsplan een niet-agrarische winkel huren amsterdam zuidas bestemming is toegedacht c.q. gegeven en waarvan het gebruik afwijkt van dat plan. Indien de gronden zijn gelegen in stadsvernieuwingsgebieden op grond van de WSDV kan de aanwijzing ook plaatsvinden indien het gebruik wel in overeenstemming is met het bestemmingsplan.
•Voorbeeld Naar aanleiding van een beroep tegen een aanwijzing van een perceel waarop een voorkeursrecht was gevestigd, oordeelde de Raad van State als volgt: ‘Vooropgesteld dient te worden dat de Onteigeningswet en de Wet voorkeursrecht gemeenten twee naast elkaar bestaande, afzonderlijke regelingen bevatten. Thans staat ter beoordeling of de raad in redelijkheid tot aanwijzing van de gronden op grond van laatstgenoemde wet heeft kunnen besluiten. Uit de wettekst volgt niet dat de enkele omstandigheid dat winkel huren amsterdam wtc appellante bereid is de renovatie zelf uit te voeren en het gebruik van de panden daardoor ook in overeenstemming te brengen met het ter plaatse van kracht zijnde plan tot gevolg heeft dat de raad niet langer de bevoegdheid heeft tot aanwijzing van de gronden over te gaan.

De nieuwe wet

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Ook biedt de wet de basis voor de programmering en financiering van de gebiedsgerichte inrichting van de meer landelijke gebieden van Nederland. De wet bundelt en verankert daartoe in een wet het op deze gebieden van winkel huren amsterdam toepassing zijnde sturingsmodel, de planvorming, de programmering en de uitvoering van het rijksbeleid. Tot slot wordt in de wet het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG), voor zover dit een wettelijke verankering behoeft, opgenomen, evenals de gewenste sanering van de veelheid aan verschillende planfiguren, de programmering van het gebiedsgerichte winkel huren haarlem beleid.
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt iedere zeven jaar een zogenaamd rijksmeerjarenprogramma op (art. 3 Wilg) en Provinciale Staten stellen zevenjaarlijks een provinciaal meerjarenprogramma (art. 4 Wilg) op voor het gebiedsgerichte beleid. De nieuwe wet regelt daarnaast de programmering en de regulering van de geldstromen voor de uitvoering van het inrichtingsbeleid door winkel huren amsterdam zuidas Gedeputeerde Staten.
Ter uitvoering van het gebiedsgerichte beleid stellen Gedeputeerde Staten inrichtingsplannen vast. Hieraan zijn rechtstreekse rechtsgevolgen verbonden, zoals de toewijzing van eigendom, beheer en onderhoud van openbare voorzieningen, de regeling omtrent de openbaarheid van in het plan aan te duiden wegen, de mogelijkheid tot aanduiding van te herverkavelen blokken alsmede te verwerven zaken. Op de voorbereiding van een dergelijk inrichtingsplan is de winkel huren amsterdam wtc uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Tegen de appellabele gedeelten van het inrichtingsplan staat vervolgens beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.