Bestuursrechtelijke handhaving

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bestuursrechtelijke handhaving Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken 1 tot en met IV van de Woningwet (art. 100 Wonw). Hoofdstuk I heeft de titel Algemene bepalingen (art. 1 t/m la). Hoofdstuk II: Voorschriften betreffende het bouwen, de staat kantoor huren venlo van bestaande bouwwerken en standplaatsen, het gebruik, het slopen en de welstand (art. lb t/m 12c); Hoofdstuk III: Bijzondere verplichtingen (art. 13 t/m 16); Hoofdstuk IV: Vergunningen (art. 40 t/m 6la).
De opdracht (zorgplicht) tot bestuursrechtelijke handhaving spoort met dezelfde opdracht op grond van art. 7.1 Wro (zie paragraaf 4.7). Burgemeester en wethouders wijzen ambtenaren aan die toezien op de naleving van het bepaalde kantoor huren amstelveen bij of krachtens de hoofdstukken 1 tot en met IV van de Woningwet. Burgemeester en wethouders maken jaarlijks hun voornemens bekend met betrekking tot de wijze waarop in het komende jaar uitvoering zal worden gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken I tot en met IV Woningwet (art. lOOc Wonw). Jaarlijks doen ze verslag aan de gemeenteraad van de wijze waarop in het voorafgaande jaar uitvoering is gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving, alsmede van het door kantoor huren zeist hen gevoerde beleid. Burgemeester en wethouders zenden gelijktijdig met de aanbieding van het verslag aan de gemeenteraad een afschrift ervan aan de inspecteur.
Sluiting van gebouwen, open erven en terreinen door burgemeester en wethouders Soms kan het (in stedelijke gebieden) voorkomen dat overtreding van voorschriften met betrekking tot de staat of het gebruik van een gebouw, open erf of terrein gepaard gaat met een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid. Indien er daarbij klaarblijkelijk gevaar is op herhaling van de overtreding, kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat gebouw, dat open erf of dat terrein te sluiten (art. 97 Wonw).
Staken bouwen, gebruik kantoor huren roermond of slopen en extra voorzieningen Indien burgemeester en wethouders bestuursdwang toepassen of een last onder dwangsom opleggen, moet die gericht zijn op naleving van de overtreden artikelen van Woningwet, Bouwbesluit 2003 of bouwverordening. Veelal zal het voorkomen dat naleving alleen mogelijk is als het bouwen, gebruiken of slopen wordt gestaakt en dat extra voorzieningen worden getroffen om gevaar voor de gezondheid of de veiligheid te voorkomen of te beëindigen.
5

Handhaving en toezicht

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Handhaving en toezicht op de uitvoering bestuursrechtelijke handhaving
Burgemeester en kantoor huren venlo wethouders dragen zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wro. Bestuursrechtelijk handhaven -vaak aangeduid als ‘eerstelijns toezicht – is de ‘normale’ weg (subparagraaf 4. 7 .1). Bestuursrechtelijk kantoor huren amstelveen handhaven is niet effectief tegen overtredingen met ernstige en onomkeerbare gevolgen, daarbij past strafrechtelijk handhaven (subparagraaf 4. 7.2). Er is rijks- en provinciaal toezicht op de uitvoering en de handhaving van de Wro zelf: het ‘tweedelijns toezicht’ (subparagraaf 4.7.3). Bestuursrechtelijke handhaving Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wro (art. 7.1 Wro). Dit is een opdracht (zorgplicht) die nagekomen moet worden, voortbouwend op de jurisprudentie van kantoor huren zeist de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daaruit blijkt dat een bestuursorgaan de plicht heeft de regels te handhaven indien er geen bijzondere omstandigheden kunnen worden gevonden die het bestuursorgaan nopen van de handhaving af te zien. Krachtens de Wro worden bestemmingsplannen gemaakt met regels die in elk geval betrekking hebben op gebruik van de grond en de zich daarop bevindende opstallen. Bouwen is een vorm van gebruik. De bestuursrechtelijke kantoor huren roermond handhaving ten aanzien van bouwen vindt door burgemeester en wethouders plaats op basis van art. 100 Wonw. De belangrijkste bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheden zijn het toepassen van bestuursdwang (afd. 5.3 Awb), het opleggen van een last onder dwangsom (afd. 5.4 Awb) en het intrekken van een bouw-, aanleg- of sloopvergunning.

De verwezenlijking van het doel

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Evenals bij de provincie het geval is, kunnen regels worden gesteld die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat in de maatregel begrepen gronden of bouwwerken minder geschikt worden voor de verwezenlijking van het doel van de maatregel zolang geen bestemmingsplan of beheersverordening in werking is getreden. Art. 44 lid 1 onder f Wonw verbindt daaraan het belangrijke gevolg dat een reguliere kantoor huren venlo bouwvergunning moet worden geweigerd, indien het bouwen in strijd is met de regels, gesteld bij of krachtens deze AMvB. De minister kan verklaren dat een AMvB wordt voorbereid, hetgeen dezelfde gevolgen heeft als een voorbereidingsbesluit. Het besluit vervalt bij de inwerkingtreding van kantoor huren amstelveen de AMvB, maar uiterlijk na negen maanden. De voordracht voor de AMvB wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp is overgelegd aan zowel Eerste als Tweede Kamer; in de Staatscourant en langs elektronische weg is bekendgemaakt; en aan eenieder de gelegenheid is geboden om binnen een bij die bekendmaking te stellen termijn van ten minste vier weken schriftelijk of langs elektronische weg opmerkingen over het ontwerp ter kennis kantoor huren zeist van de minister van VROM te brengen.
4.5.4 Rijksaanwijzingen Indien nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan een minister een gemeenteraad een aanwijzing geven binnen een daarbij te bepalen termijn een bestemmingsplan vast te stellen overeenkomstig daarbij gegeven voorschriften omtrent de inhoud van dat bestemmingsplan; Provinciale Staten een aanwijzing geven binnen een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden een provinciale kantoor huren roermond verordening vast te stellen als bedoeld in art. 4.1 Wro (regels omtrent de inhoud van bestemmingsplannen); Gedeputeerde Staten een aanwijzing geven binnen een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste drie maanden toepassing te geven aan art. 4.2 Wro (een aanwijzing om een bepaald bestemmingsplan te herzien).

Bestemmings-en inpassingsplan

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Uitvoering en afwijking van het bestemmingsplan Op grond van art. 43 Wonw is in een AMvB, het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige kantoor huren venlo bouwwerken (Bblb) bepaald voor welke (ondergeschikte) bouwwerken geen bouwvergunning benodigd is. Bouwen is een vorm van gebruik van de grond waarop de regels van een bestemmingsplan betrekking hebben. Nu de in het Bblb gekozen bouwwerken niet alleen bouwtechnisch maar ook uit het oogpunt van ruimtelijke ordening ondergeschikt zijn, moet niet het bestemmingsplan aan het realiseren ervan in de kantoor huren amstelveen weg staan. Daarom blijven volgens art. 3.25 Wro de regels van een bestemmingsplan buiten toepassing voor deze bouwwerken, en overigens ook voor het gebruik van deze bouwwerken (en standplaatsen voor woonwagens) dat voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven in het Bblb.
ln tegenstelling tot het bouwen waarvoor een bouwvergunning nodig is, is het gebruiken van de grond of een bouwwerk mogelijk zonder toets vooraf, zonder vergunning. Achteraf optreden tegen gebruik in strijd met het kantoor huren zeist bestemmingsplan is niet altijd mogelijk of effectief.
Daarom kan bij het bestemmingsplan worden bepaald, dat het verboden is om binnen een bij dat plan aangegeven gebied zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders: a bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren; b bouwwerken te slopen.
Een aanlegvergunning of sloopvergunning kan worden geëist om te voorkomen dat in een bestemmingsplan begrepen grond minder geschikt wordt voor de kantoor huren roermond verwezenlijking van de daaraan bij het plan te geven bestemming dan wel om een overeenkomstig het plan verwezenlijkte bestemming te handhaven en te beschermen.

De Afdeling bestuursrechtspraak

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt een eventueel beroep met voorrang (art. 8.2 lid 4 Wro) als de gemeenteraad op grond van art. 3.4 Wro bestemmingsplanonderdelen aangeeft die snel gerealiseerd moeten worden. Een eventuele kantoor huren venlo onteigeningsprocedure mag dan ook versneld worden uitgevoerd: volgens art. 85 Onteigeningswet kan de gemeenteraad in dat geval aanstonds tot onteigening besluiten zonder eerst toepassing te geven aan de procedure van afdeling 3.4 Awb.
Stads- en dorpsvernieuwing Volgens art. 3.5 Wro kunnen bij een bestemmingsplan gebieden worden aangewezen waarbinnen de daar aanwezige bouwwerken dienen te worden gemoderniseerd of vervangen door kantoor huren amstelveen gelijksoortige bebouwing van gelijke of nagenoeg gelijke bouwmassa. Zolang deze modernisering of vervanging niet is verwezenlijkt, wordt het gebruik van die bouwwerken aangemerkt als afwijkend van het plan, hetgeen een voorwaarde is voor aanwijzing van gronden om in aanmerking te komen voor het vestigen van een voorkeursrecht (art. 3 lid 1 Wet voorkeursrecht gemeenten).
Als een gemeente kantoor huren zeist van mening is dat een gebied dient te worden gesaneerd dan wel verbeterd met behoud van zijn bestaande stedenbouwkundige structuur, karakter en functies, kan het gebied volgens art. 3.5 Wro in een bestemmingsplan worden aangewezen als gebied waarbinnen de daar aanwezige bouwwerken dienen te worden gemoderniseerd of vervangen door gelijksoortige bebouwing. Een gemeente die overlastgevende functies uit een gebied wil weren, kan in het bestemmingsplan bepaalde bestemmingen opnemen waaraan beperkende regels worden verbonden ter bescherming van het leefmilieu. Het voorkómen van overlast in verband met de kantoor huren roermond bescherming van de leefbaarheid van een gebied, wordt in het bestemmingsplan vertaald in ruimtelijk relevante aspecten of in direct werkende beperkende gebruiksregels. Noodzakelijke planologische beperkingen van horecagebruik kunnen dus in een bestemmingsplan worden opgenomen.

De Afdeling bestuursrechtspraak

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Illustratief in dit verband is een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. In art. 3:2 Awb is bepaald dat bij de voorbereiding van een besluit het bestuursorgaan de nodige kennis vergaart omtrent de relevante kantoor huren venlo feiten en de af te wegen belangen. Ingevolge art. 3:4 lid 2 Awb mogen de voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn iri verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. In art. 5:32 Awb is, voor zover hier van belang, bepaald dat het orgaan de dwangsom, hetzij op een bedrag ineens hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding kan vaststellen, dat in de laatste twee gevallen kantoor huren amstelveen het orgaan tevens bepaalt het bedrag waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd, en dat het vastgestelde bedrag in redelijke verhouding moet staan tot de zwaarte van het gelaedeerde belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging. Bij het opleggen van een last onder dwangsom gaat het naar het oordeel van de Afdeling om een handhavingsmaatregel die geen verdergaande strekking heeft dan het bewerkstelligen van hetgeen uit de juiste toepassing van bij of krachtens de wet gestelde voorschriften voortvloeit. Het opleggen van een dwangsom is niet te beschouwen als het toebrengen van een verdergaande benadeling dan die welke voortvloeit uit het enkel doen naleven van de bedoelde voorschriften. In dit opzicht kan de maatregel dan ook niet worden aangemerkt als een punitieve sanctie, zodat geen aanleiding bestaat voor een indringende kantoor huren zeist toetsing aan de in art. 3:4 lid 2 Awb besloten liggende evenred.igheidsmaatstaf, ook niet wat betreft de toetsing van de hoogte van het bedrag waarop de dwangsom is vastgesteld. Bij de vaststelling van, het bedrag van de dwangsom dient het tot het opleggen van de dwangsom bevoegde orgaan de in art. 1 36 lid 2 Gemw neergelegde maatstaf dat
120 3 Bestuursrecht algemeen
het vastgestelde bedrag in redelijke verhouding moet staan tot de zwaarte van het gelaedeerde belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging, in acht te nemen. In art. 1 36 lid 2 voornoemd, ligt niet de verplichting besloten tot het instellen van een onderzoek naar de financiële omstandigheden van degene aan wie de dwangsom wordt opgelegd, alvorens de hoogte van de dwangsom te bepalen. Voorts is niet gebleken dat aan de gewraakte aanschrijving geen zorgvuldig onderzoek naar de relevante feiten en de af te wegen belangen is voorafgegaan. De president heeft dan ook ten onrechte geoordeeld kantoor huren roermond dat het bestreden besluit, voor zover het de hoogte van de dwangsombepaling betreft, in strijd is met art. 3:2 van de Awb. De hiervoor genoemde in art. 1 36 lid 2 neergelegde maatstaf biedt naar zijn strekking ruimte voor een bestuurlijke afweging van belangen bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom. De wijze waarop appellanten gebruik hebben gemaakt van deze beoordelingsvrijheid dient door de rechter dan ook terughoudend te worden getoetst.

Administratief beroep

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Art. 1:5 lid 2 Awb bepaalt dat onder het instellen van administratief beroep moet worden verstaan ‘het gebruikmaken van de ingevolge een wettelijk flexplek huren amsterdam voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij een ander bestuursorgaan dan het orgaan dat het besluit heeft genomen’. Het instellen van administratief beroep gebeurt door het indienen van een beroepschrift bij het beroepsorgaan, volgens art. 6:4 Awb. Het begrip ‘administratief beroep’ moet goed worden onderscheiden van het begrip ‘administratieve rechtspraak’. Bij administratief beroep gaat het om rechtsbescherming die gezocht moet worden bij een ‘ander bestuursorgaan dan het orgaan dat het besluit heeft genomen’. Deze vorm van rechtsbescherming wordt dus geboden door het bestuur flexplek huren haarlem zelf. Bij administratieve rechtspraak gaat het om rechtsbescherming tegen de overheid, die gezocht moet worden bij een onafhankelijke rechterlijke instantie.
Of tegen een besluit administratief beroep mogelijk is, moet altijd uit de bijzondere wet blijken, die ook de bevoegdheid regelt tot het nemen van be
3.2 Rechtsbescherming tegen de overheid 103
sluiten. Bij de rechtsbescherming die het bestuur zelf biedt, zijn twee mogelijkheden te onderscheiden, namelijk: 1 rechtsbescherming bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen: bezwaar; 2 rechtsbescherming bij een hoger bestuursorgaan dan het orgaan dat het besluit heeft genomen: administratief flexplek huren amsterdam zuidas beroep. Bij administratief beroep kan nog onderscheid worden gemaakt tussen: a administratief beroep bij een hoger bestuursorgaan van dezelfde overheid, bijvoorbeeld beroep op de gemeenteraad tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders; b administratief beroep bij een bestuursorgaan van een hogere overheid, bijvoorbeeld beroep op Gedeputeerde Staten tegen een besluit van burgemeester en wethouders.
Deze beide vormen van rechtsbescherming kunnen worden aangeduid als zogenoemde voorprocedures. Dit houdt in dat tegen een uitspraak van een administratief beroepscollege altijd nog beroep kan worden flexplek huren amsterdam wtc ingesteld bij een administratieve rechter.
In de rechtspraktijk wordt vaak de term ‘het instellen van beroep’ of ‘het in beroep gaan’ gebruikt. Dit taalgebruik is verwarrend, omdat het voor beide vormen van rechtsbescherming geldt, dus zowel voor het instellen van administratief beroep, als voor het instellen van beroep bij de administratieve rechter.

Een bestuursorgaan

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Het rechtsgevolg waarop een beslissing van een bestuursorgaan op een verzoek om vergoeding van schade, veroorzaakt binnen het kader van de uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid, is gericht, is dat flexplek huren amsterdam naar publiekrecht al dan niet een aanspraak op betaling van schadevergoeding wordt gevestigd. De in het voorliggende geval beweerdelijk geleden schade werd, naar Van Vlodrop BV stelde, veroorzaakt door een beleidswijziging, die was vastgelegd in het ‘Meerjarenplan Verwijdering Gevaarlijke Afvalstoffen 1993’. In het Meerjarenplan werd onder meer aangegeven op welke wijze appellant aanvragen om vergunningen op grond van art. 8.36 in samenhang met art. 8.8 lid 2 sub a Wm zou beoordelen. Dit plan, dat een uitwerking bevatte flexplek huren haarlem van het in art. 4.3 Wm bedoelde nationale milieubeleidsplan, diende als een beleidsregeling te worden aangemerkt. Nu de beweerdelijk geleden schade derhalve was veroorzaakt binnen het kader van de uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid, volgde uit het vorenoverwogene dat, anders dan appellant meende, de brief van 20 november 1995, voor zover daarbij het verzoek van Vlodrop BV om schadevergoeding was afgewezen, een besluit was als bedoeld in art. 1 :3 Awb. Vervolgens diende de Afdeling de vraag te beantwoorden of tegen dit besluit beroep op de bestuursrechter openstond. De Afdeling overwoog in dit verband het volgende. Aan het stelsel van afdeling 8.1 .1 Awb ligt blijkens de parlementaire geschiedenis het streven ten grondslag naar een in de rechtspraktijk goed hanteerbare afbakening van bevoegdheden tot beoordeling van de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden door de algemene bestuursrechter, de bijzondere bestuursrechters en de burgerlijke rechter. Met flexplek huren amsterdam zuidas name uit de parlementaire geschiedenis van art. 8:3 Awb kan worden afgeleid dat de wetgever heeft beoogd zo veel mogelijk te voorkomen dat binnen een reeks van uit elkaar voortvloeiende of anderszins nauw met elkaar samenhangende beslissingen van een bestuursorgaan een scheiding zou moeten worden aangebracht wat betreft de rechters die bevoegd zijn tot toetsing van de verschillende beslissingen. Naar het oordeel van de Afdeling paste het in dit stelsel de algemene dan wel bijzondere bestuursrechter slechts bevoegd te achten tot kennisneming van beroepen tegen een zuiver schadebesluit, indien die rechter ook bevoegd was te oordelen over beroepen tegen de schadeveroorzakende uitoefening van de publiekrechtelijke bevoegdheid zelf. Indien derhalve tegen de schadeveroorzakende uitoefening van de publiekrechtelijke bevoegdheid geen beroep bij de bestuursrechter kon worden ingesteld, dan was er ook geen beroep mogelijk tegen een besluit naar aanleiding van een verzoek om vergoeding van schade die daardoor was veroorzaakt. Een wettelijke belemmering in de bevoegdheid van de bestuursrechter om kennis te nemen van een beroep tegen de schadeveroorzakende uitoefening van een publiekrechtelijke flexplek huren amsterdam wtc bevoegdheid werkte aldus door in zijn bevoegdheid kennis te nemen van een beroep tegen een naar aanleiding van die bevoegdheidsuitoefening genomen schadebesluit. Het vorenstaande liet onverlet, zoals hiervoor is overwogen, dat een beslissing op een buitenwettelijk verzoek om schadevergoeding naar aanleiding van een niet voor beroep bij de bestuursrechter vatbare wijze van uitoefening van een schadeveroorzakende publiekrechtelijke bevoegdheid, een besluit was in de zin van art. 1 :3 Awb. Zoals hiervoor is vastgesteld, moest het Meerjarenplan Verwijdering Gevaarlijke Afvalstoffen 1993 worden aangemerkt als een beleidsregeling. Tegen een besluit, inhoudende een beleidsregel, kon op grond art. 8:2 onder a Awb geen beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. Nu de bestuursrechter niet bevoegd was om kennis te nemen van een beroep tegen de schadeveroorzakende uitoefening van de publiekrechtelijke bevoegdheid zelf (de wijziging van de beleidsregeling), bracht het hiervoor uiteengezette uitgangspunt met zich dat hij evenmin bevoegd was om kennis te nemen van het besluit van 20 november 1995, strekkende tot het afwijzen van het verzoek van Van Vlodrop BV om vergoeding van de door de wijziging van die beleidsregeling veroorzaakte schade.

Leges en andere rechten

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Leges en andere rechten (retributies) ter dekking van de kosten van gemeentelijke dienstverlening of voor het gebruik van gemeentelijke flexplek huren amsterdam bezittingen (art. 229 Gemw). Hiertoe behoren de rioolrechten, de reinigingsrechten (niet de afvalstoffenheffing die wordt geheven op grond van de Afvalstoffenwet), precariorechten (voor het hebben van voorwerpen op of boven gemeentegrond zoals terrassen en lichtreclames (art. 228 Gemw), leges voor verleende vergunningen, zoals bouwvergunningen enzovoort, en paspoorten en dergelijke). Met uitzondering van precariorechten geldt voor deze heffingen dat de opbrengst niet mag uitgaan boven de flexplek huren haarlem gemaakte kosten (art. 229b Gemw).
2.5.3 Waterschappen Op 1 januari 1992 is de Waterschapswet (Wschw) in werking getreden. Waterschappen zijn openbare lichamen die de waterstaat in een bepaald gebied verzorgen (art. 1 Wschw). In deze omschrijving komen drie essentiële kenmerken naar voren: 1 Waterschappen zijn overheden, net als gemeenten en provincies. 2 De taken van de waterschappen zijn uitsluitend gelegen in de waterschapszorg. 3 De waterschappen oefenen hun taak uit in een bepaald gebied.
Het waterschap kan alleen die taken uitoefenen die de provincie hem bij reglement heeft opgedragen. Een waterschap heeft in elk geval de zorg voor de waterkering, de zorg voor de waterhuishouding, of flexplek huren amsterdam zuidas beide tot taak. De zorg voor de waterhuishouding omvat zowel het kwaliteits- als het kwantiteitsbeheer van oppervlaktewateren. Naast deze hoofdtaken kan het waterschap belast zijn met neventaken, bijvoorbeeld vaarwegenbeheer (art. 1 lid 2 Wschw). Is aan een waterschap uitsluitend de kwaliteitszorg voor het water opgedragen, dan spreekt men meestal van zuiveringschappen.
Aan art. 2 Wschw ontlenen Provinciale Staten de bevoegdheid om waterschappen in te stellen en op te heffen. Indien tot instelling is besloten, bepaalt de Wschw dat Provinciale Staten een waterschapsreglement vaststellen, waarin is vastgelegd welke taken het waterschap heeft, hoe het bestuur is samengesteld, en hoe de verkiezingen zullen flexplek huren amsterdam wtc plaatsvinden (art. 3 t/m 9 Wschw). Bij het opstellen van de reglementen moeten de provincies rekening houden met de in de Wschw aangebrachte hoofdlijnen. De besluiten tot instelling, opheffing en reglementering van de waterschappen moeten worden goedgekeurd door de minister van Verkeer en Waterstaat (art. 5 Wschw).

De commissie

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Deze Kamer behandelt het ontwerp eerst in een van de vaste commissies die uit haar midden gevormd zijn voor de verschillende onderwerpen van overheidszorg. De commissie brengt een Voorlopig Verslag uit. Daarop antwoordt de minister met een Memorie van Antwoord. De commissie brengt daarna haar Eindverslag uit. 4 Vervolgens flexplek huren amsterdam vindt openbare behandeling in de Tweede Kamer plaats. Achtereenvolgens vinden algemene beschouwingen, artikelsgewijze behandeling en slotstemming plaats. Tijdens de artikelsgewijze behandeling kunnen Kamerleden die wijzigingen wensen in het wetsontwerp, amendementen indienen. Eerst vindt stemming plaats over de ingediende flexplek huren haarlem wijzigingen (amendementen). Worden de amendementen aangenomen, dan is het wetsontwerp dus op die punten gewijzigd. Vervolgens wordt gestemd over het al of niet geamendeerde wetsontwerp als geheel. 5 Als het wetsontwerp wordt aangenomen, gaat het naar de Eerste Kamer. Daar vindt, in verband met het ontbreken van het recht van amendement, geen artikelsgewijze behandeling plaats. Slechts ongewijzigd aanvaarden flexplek huren amsterdam zuidas of volledig verwerpen van het wetsvoorstel is mogelijk. 6 Wanneer ook de Eerste Kamer het voorstel heeft aangenomen, dienen de Koning en de verantwoordelijke minister(s) het wetsontwerp te bekrachtigen met hun handtekening (koninklijke sanctie, ministerieel contraseign). Na de bekrachtiging is het wetsontwerp een wet geworden. 7 Vervolgens dient de wet te worden bekendgemaakt. Dit gebeurt in het Staatsblad. De minister van Justitie is verantwoordelijk voor plaatsing. Het Staatsblad moet onderscheiden worden van de Staatscourant. Volgens de
2.3 Functies van de overheid 43
Bekendmakingswet moeten in het Staatsblad wetten, AMvB’s en andere Koninklijke Besluiten worden gepubliceerd waarbij algemeen verbindende voorschriften worden vastgesteld. In de Staatscourant worden volgens art. 4 Bekendmakingswet gepubliceerd algemeen verbindende voorschriften die zijn vastgesteld bij ministeriële regeling, alsmede overige algemeen verbindende voorschriften vanwege het Rijk, voor zover deze niet in het Staatsblad hoeven te worden geplaatst. Daarnaast bevat de Staatscourant redactionele artikelen en advertenties. 8 Ten slotte dient de wet nog in werking te treden. Tenzij de wet zelf een andere termijn bepaalt, treedt zij in werking op de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van bekendmaking.
Eerder is flexplek huren amsterdam wtc aangegeven dat de Tweede Kamer bevoegd is wijzigingen in een wetsontwerp aan te brengen door middel van amendementen. Een amendement is een voorstel van de Tweede Kamer tot wijziging van een wetsontwerp. De aangenomen wijzigingen kunnen zo ver gaan dat de minister die het wetsontwerp heeft ingediend, niet meer achter het wetsontwerp staat. Hij is dan ook bevoegd om het ontwerp in te trekken tot het moment dat de Eerste Kamer het wetsontwerp heeft aanvaard (art. 86 Gw). Hieruit blijkt dat het parlement niet in staat is een wetsontwerp tot wet te maken indien de regering dit niet wenst. Uit het feit dat beide Kamers der Staten-Generaal een door de regering ingediend wetsontwerp kunnen afstemmen, blijkt dat ook de regering geen wetsontwerp tot wet kan maken zonder instemming van de Staten-Generaal.