Wethouders

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De wethouders worden gekozen door de gemeenteraad (art. 35 Gemw). Het aantal wethouders in een gemeente is minimaal 2 en maximaal 20% van het aantal raadsleden, afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal (art. 36 Gemw). Daarnaast kent de wet in art. 36 de mogelijkheid van deeltijdwethouders in gemeenten waar het wethoudersambt fulltime is (boven 18 000 inwoners). De raad kan één of meer fulltime wethoudersfuncties splitsen in deeltijdfuncties. Voor de wethouders gelden grotendeels ook de bepalingen over onverenigbare betrekkingen en verboden handelingen die voor raadsleden gelden. Daarnaast gelden voor wethouders nog twee extra onverenigbare betrekkingen. Zij mogen niet zijn: rijks- of provinciaal ambtenaar tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van toezicht op de gemeente (bijvoorbeeld flexplek amersfoort begrotingstoezicht); adviseur van de gemeente op grond van de een wet of een AMvB (bijvoorbeeld Inspecteur van de Volksgezondheid); raadslid.
De raad kan aan een wethouder tussentijds ontslag verlenen wanneer deze niet langer het vertrouwen van de raad heeft (art. 49 Gemw).
Door te bepalen dat een wethouder geen lid mag zijn van de gemeenteraad heeft de Gemeentewet in 2001 gebroken met een traditie van 150 jaar. In de oude Gemeentewet was bepaald dat de wethouders worden gekozen door en uit de gemeenteraad. De belangrijkste functie van het college van burgemeester en wethouders was toen het uitvoeren van door de raad genomen besluiten. Thans is sprake van een ‘ontvlechting’ van de raad en het college van burgemeester en wethouders en heeft elk van deze organen eigen specifieke bevoegdheden. Door een wijziging in de Provinciewet is dit zogenoemde duale stelsel ook van toepassing op de verhouding tussen Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten.
Burgemeester Ingevolge art. 61 Gemw wordt de burgemeester benoemd door de regering voor een periode van zes jaar. Als enige benoembaarheidseis stelt de Gemeentewet het Nederlanderschap (art. 63). Ook voor de burgemeester gelden onverenigbare betrekkingen. Hij mag geen raadslid zijn en geen ambtenaar van de gemeente (art. 68 Gemw). Voor de burgemeester geldt een verbod op dezelfde handelingen als voor de gemeenteraadsleden (art. 69 Gemw). De burgemeester moet in de gemeente wonen, tenzij hij een ontheffing heeft van de Commissaris van de Koningin. Wanneer er tijdelijk geen burgemeester is (vacature) of wanneer de burgemeester tijdelijk het ambt niet kan vervullen (ziekte, vakantie), wordt hij vervangen door een wethouder (die het college van burgemeester en wethouders aanwijst).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *