Verdeling staatsmacht

Gerelateerde afbeelding

Voor het vastleggen en handhaven van de regels in de staat is gezag nodig. Men noemt dat het staatsgezag of de staatsmacht. Deze staatsmacht wordt soms uitgeoefend door één orgaan; in het algemeen zijn er meerdere organen bij betrokken. Het gevaar bestaat dat deze organen in de verleiding komen de macht naar eigen goeddunken uit te oefenen en geen rekening meer te houden met het oordeel van de staatsburgers. Om dat te voorkomen, is het veelal de gewoonte de totale staatsmacht te splitsen en te verdelen over verschillende organen. Vaak hebben die verschillende organen elkaar nodig bij het uitoefenen van het hun toekomende deel van de macht. Zij kunnen elkaar tot op zekere hoogte controleren of moeten aan elkaar verantwoording afleggen. In het algemeen wordt in de westerse staten de totale staatsmacht horizontaal in drieën gedeeld, en wel in: een wetgevende macht; een uitvoerende macht (of bestuur); en een rechtsprekende macht.
Deze driedeling van de macht wordt de leer van de trias politica genoemd. Grondlegger van deze leer was de Franse 18de-eeuwse rechtsgeleerde Montesquieu.
2.1 Hoofdzaken van de Nederlandse staatsinrichting 29
Naast deze horizontale verdeling van de staatsmacht is bovendien een ‘verticale’ verdeling doorgevoerd, in die zin dat een groot deel van de overheidstaak (met name wetgevende en bestuurlijke taken) aan ‘lagere’ overheidslichamen is overgedragen. Dit verschijnsel noemt men vergaderruimte amersfoort decentralisatie. Zulke overheidslichamen zijn bijvoorbeeld de provincies en de gemeenten. Om de eenheid van de staat te waarborgen, oefent de centrale overheid in meerdere of mindere mate toezicht op hen uit.
2.1 .5 Bronnen van het staatsrecht De regels voor de samenstelling en taak van de met staatsgezag beklede organen én de regels waaraan deze organen zich bij de uitoefening van hun macht moeten houden, noemt men het staatsrecht. Als belangrijkste bronnen van staatsrecht kunnen, naast de eerdergenoemde bronnen van recht in het algemeen, worden genoemd: a internationale overeenkomsten; b de Grondwet; c het Statuut van het Koninkrijk; d organieke wetten; e het ongeschreven recht (gewoonterecht).
Ad a Internationale overeenkomsten Internationale overeenkomsten (ook wel verdragen genoemd) vormen een belangrijke bron voor het Nederlandse staatsrecht. Internationale overeenkomsten zijn afspraken tussen twee of meer staten, waarbij vaak internationale organen in het leven worden geroepen. Zo zijn op grond van het verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (nu de Europese Unie, EU) in het leven geroepen: de Europese Raad, de Europese Commissie, het Europese Parlement en het Hof van Justitie. In 1950 heeft een aantal Europese staten het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ook wel Verdrag van Rome genoemd, in het leven geroepen. Nederland neemt deel aan dit verdrag en heeft dus verklaard zich aan de regels van dit verdrag te zullen houden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *