Utiliteitstheorie

Vijf jaar nadat we ons onderzoek naar gokken waren begonnen, legden we ten slotte de laatste hand aan een opstel met de naam ‘Prospect Theory: An Analysis of Decision under Risk’. Onze theorie was sterk gebaseerd op utiliteitstheorie, maar week daar op fundamentele kantoor huren amsterdam punten van af. Het belangrijkste punt was dat ons model zuiver beschrijvend was, met als doel het vastleggen en verklaren van systematische schendingen van de axioma’s van rationaliteit bij gegokte keuzen tussen alternatieven. We stuurden ons opstel in naar Econometrica, een tijdschrift dat belangrijke theoretische artikelen publiceert over economie en beslissingstheorie. De keuze van een medium bleek belangrijk te zijn: als kantoor huren haarlem we dit artikel in een psychologisch tijdschrift gepubliceerd hadden, zou het waarschijnlijk weinig invloed hebben gehad op de economie. Econometrica was toevallig net het tijdschrift waarin de beste artikelen over besluitvorming verschenen waren, en we waren eropuit om daarbij te horen. Bij deze keuze, zoals bij vele andere, hadden we geluk. De prospecttheorie bleek het belangrijkste werk te zijn dat we ooit tot stand hadden gebracht en ons artikel is een van de meest kantoor huren amsterdam zuidas geciteerde in de sociale wetenschappen. Twee jaar later publiceerden we in Science een rapportage over kadereffecten: de grote veranderingen in voorkeur die soms veroorzaakt worden door onzorgvuldige variaties in de formulering van een keuzeprobleem. In de eerste vijf jaar waarin we keken hoe mensen beslissingen nemen, stelden we een twaalftal feiten vast over keuzen tussen riskante opties. Verscheidene van deze feiten waren volstrekt in tegenspraak met de theorie van verwachte utiliteit. Sommige feiten waren al eerder waargenomen en enkele andere waren nieuw. Vervolgens construeerden we een theorie die juist voldoende wijziging bracht in de theorie van verwachte utiliteit om onze verzameling waarnemingen te verklaren. Dat was de prospecttheorie. Onze benadering van het probleem lag in de sfeer van een onderzoeksveld binnen de psychologie met de naam psychofysica, dat gesticht en aldus benoemd was door de Duitse psycholoog en mysticus Gustav Fechner (1801-1887). Fechner was bezeten door de betrekking tussen geest en stof. Aan de ene kant is er een fysische hoeveelheid die kan variĆ«ren, zoals de energie van een licht, de frequentie van een toon of een hoeveelheid geld. Aan de andere kant is er een subjectieve kantoor huren amsterdam wtc ervaring van helderheid, toonhoogte of waarde. Op een geheimzinnige manier brengen variaties in de fysieke hoeveelheid variaties tot stand in de intensiteit of kwaliteit van de subjectieve ervaring. Fechners project was erop gericht achter de psychofysische wetmatigheden te komen die verband leggen tussen de subjectieve hoeveelheid in de geest van de waarnemer en de objectieve hoeveelheid in de materiĆ«le wereld. Hij stelde dat deze functie voor veel verschillende dimensies logaritmisch is, iets wat er eenvoudigweg op neerkomt dat een toename van stimulusintensiteit met een gegeven factor (bijvoorbeeld anderhalf keer zoveel of tien keer zoveel) altijd dezelfde toename op de psychologische meetlat oplevert. Als een verhoging van de energie van een geluid van ro tot roo eenheden fysische energie de psychologische intensiteit met 4 eenheden doet toenemen, zal een verdere versterking van stimulusintensiteit van roo naar rooo de psychologische intensiteit eveneens met 4 eenheden doen toenemen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *