Een rudimentair begrip van biochemie

Gerelateerde afbeelding

In het oude Egypte, het Romeinse Rijk of het middeleeuwse China hadden mensen hoogstens een rudimentair begrip van biochemie, genetica, zoölogie en epidemiologie. Hun vermogen tot manipulatie was dus beperkt. In die tijden liepen varkens, koeien en kippen vrij rond tussen de huizen en zochten ze vuilnishopen en nabijgelegen bossen af naar eetbare schatten. Als een ambitieuze boer had geprobeerd om duizenden dieren in een krap hok op te sluiten, had dat waarschijnlijk geleid tot een dodelijke epidemie, waaraan alle dieren en veel dorpelingen zouden bezwijken. Geen priester, sjamaan of god die dat conference room amsterdam had kunnen tegengaan. Maar zodra de moderne wetenschap de geheimen van epidemieën, ziektekiemen en antibiotica had ontraadseld, was de weg vrij voor legbatterijen en ligboxstallen. Met behulp van vaccinaties, medicatie, hormonen, pesticiden, centrale luchtverversingssystemen en automatische voedermachines kunnen we nu tienduizenden varkens, koeien of kippen netjes op een rij in krappe kooien stoppen en vlees, melk en eieren produceren met een efficiëntie die haar weerga niet kent. De laatste jaren zijn er bedenkingen gerezen bij deze relatie tussen
mens en dier en is er steeds meer kritiek op deze praktijken gekomen. Ineens hebben we een ongekende belangstelling gekregen voor het lot van zogenaamde lagere levensvormen, misschien omdat we op het punt staan er zelf een conference room amsterdam zuidas te worden. Als er computerprogramma’s met een bovenmenselijke intelligentie en dito vermogens komen, moeten we die programma’s dan hoger aanslaan dan mensen? Zou het bijvoorbeeld acceptabel zijn als een kunstmatige intelligentie mensen zou exploiteren en zelfs doden ten bate van haar eigen behoeften en verlangens? Als zo’n intelligentie dat nooit zou mogen, hoe oppermachtig en superieur ze ook is, waarom is het dan wel ethisch aanvaardbaar als mensen varkens exploiteren en doden? Hebben mensen, naast hun hogere intelligentie en grotere macht, iets magisch in zich dat ze onderscheidt van varkens, kippen, chimpansees en computerprogramma’s? Zo ja, wat is dat dan voor magisch iets en waarom zijn we er zo zeker van dat kunstmatige intelligentie het nooit kan hebben? En als het er niet is, is er dan nog wel een reden om speciale waarde toe te kennen aan menselijk leven zodra computers slimmer en machtiger worden dan mensen? Wat is het überhaupt dat mensen zo intelligent en machtig maakt en hoe waarschijnlijk is het dat niet-menselijke entiteiten ons ooit zullen evenaren en overtreffen? Het volgende hoofdstuk gaat dieper in op de aard en macht van Homo sapiens, niet alleen om meer inzicht te krijgen in onze relatie met andere dieren, maar ook om te kijken wat de toekomst ons zou kunnen brengen en hoe relaties tussen mensen en supermensen eruit zouden kunnen zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *