De rechtstreekse gemeenten

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De rechtstreekse gemeenten zijn de dertig grotestedenbeleid-gemeenten. Zij worden de rechtstreekse gemeenten genoemd, omdat zij hun winkel huren amsterdamĀ bijdrage direct van het Rijk ontvangen in het kader van het grotestedenbeleid. De niet-rechtstreekse gemeenten zijn de kleinere gemeenten, waarvoor de provincie de ISV-gelden verdeelt.
Voor het verkrijgen van een ISV-bijdrage moeten de gemeenten een meerjaren-ontwikkelingsprogramma indienen voor een periode van vijf jaar. Het Rijk toetst de voorstellen in de programma’s en vraagt advies aan de provincie. De programma’s van de niet-rechtstreekse gemeenten worden door winkel huren haarlem de provincie getoetst. Na afloop moet de gemeente zich verantwoorden. Het Rijk beoordeelt dit voor de grotere gemeenten en de provincies voor de overige gemeenten. Indien de prestaties naar behoren zijn gerealiseerd, kan een gemeente ook voor het volgende tijdvak op een ISV-bijdrage rekenen. Indien verwijtbaar slecht is gepresteerd, kan het Rijk bijdragen terugvorderen of strengere eisen gaan stellen. Een meerjaren-ontwikkelingsprogramma wordt getoetst aan het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005.
Het ISV gaat ervan uit dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en voortgangsbewaking van het ISV-beleid. Aan het einde van de winkel huren amsterdam zuidas budgetperiode van vijf jaar stelt de ISV-gemeente een verantwoordingsrapportage op. Daarin staat hoe de resultaten op dat moment zich verhouden tot de vooraf gestelde doelen.
7.2.2 Verbetering van de kwaliteit van het landelijke gebied Ook voor verbetering van het landelijk gebied bestaat er een budget: het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG). De basis daarvoor is de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg). Art. 2 lid 1 Wilg bepaalt dat Gedeputeerde Staten van de provincies zorg dragen voor de realisatie van het gebiedsgerichte beleid. Gebiedsgericht beleid is volgens art. 1 lid 1 onder b Wilg: beleid voor zover het betreft inrichting, gebruik en beheer voor specifiek in aanmerking komende delen van het winkel huren amsterdam wtc landelijke gebied, gericht op de verbetering van de kwaliteit van het landelijke ge
292 7 Woningwet: voorziening in woningbehoefte en financiƫle steun voor stedelijk en landelijk gebied
bied, in elk geval ten aanzien van natuur, recreatie, landschap, landbouw, sociaaleconomische vitaliteit, milieu en water. Het Rijk stelt op grond van art. 3 Wilg een rijksmeerjarenprogramma vast met betrekking tot het gebiedsgerichte beleid, Provinciale Staten stellen (art. 3 Wilg) voor hun provincie een provinciaal meerjarenprogramma vast. Door het sluiten van een overeenkomst tussen de minister van LNV (en eventueel andere betrokken ministers) en Gedeputeerde Staten van elke provincie worden afspraken vastgelegd om de rijksdoelstellingen te realiseren (art. 7 Wilg). De rijks- en provinciale meerjarenprogramma’s zijn de basis van de afspraken in deze bestuursovereenkomst. In ieder geval worden vastgelegd: a de in de provincie in het investeringstijdvak te realiseren bijdrage aan de doelen van het gebiedsgerichte beleid van het Rijk en de daaraan gerelateerde prestaties; b de hoogte van het door de ministers ter beschikking te stellen investeringsbudget; c de door de minister van LNV gedurende het investeringstijdvak ten behoeve van de realisatie van het gebiedsgerichte beleid in te zetten capaciteit van de Dienst landelijk gebied, en, in voorkomend geval, van andere diensten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; en d een aanduiding van de omvang van de beschikbare provinciale middelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *