Categorie archief: kantoor huren venlo

De Afdeling bestuursrechtspraak

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Illustratief in dit verband is een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. In art. 3:2 Awb is bepaald dat bij de voorbereiding van een besluit het bestuursorgaan de nodige kennis vergaart omtrent de relevante kantoor huren venlo feiten en de af te wegen belangen. Ingevolge art. 3:4 lid 2 Awb mogen de voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn iri verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. In art. 5:32 Awb is, voor zover hier van belang, bepaald dat het orgaan de dwangsom, hetzij op een bedrag ineens hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding kan vaststellen, dat in de laatste twee gevallen kantoor huren amstelveen het orgaan tevens bepaalt het bedrag waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd, en dat het vastgestelde bedrag in redelijke verhouding moet staan tot de zwaarte van het gelaedeerde belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging. Bij het opleggen van een last onder dwangsom gaat het naar het oordeel van de Afdeling om een handhavingsmaatregel die geen verdergaande strekking heeft dan het bewerkstelligen van hetgeen uit de juiste toepassing van bij of krachtens de wet gestelde voorschriften voortvloeit. Het opleggen van een dwangsom is niet te beschouwen als het toebrengen van een verdergaande benadeling dan die welke voortvloeit uit het enkel doen naleven van de bedoelde voorschriften. In dit opzicht kan de maatregel dan ook niet worden aangemerkt als een punitieve sanctie, zodat geen aanleiding bestaat voor een indringende kantoor huren zeist toetsing aan de in art. 3:4 lid 2 Awb besloten liggende evenred.igheidsmaatstaf, ook niet wat betreft de toetsing van de hoogte van het bedrag waarop de dwangsom is vastgesteld. Bij de vaststelling van, het bedrag van de dwangsom dient het tot het opleggen van de dwangsom bevoegde orgaan de in art. 1 36 lid 2 Gemw neergelegde maatstaf dat
120 3 Bestuursrecht algemeen
het vastgestelde bedrag in redelijke verhouding moet staan tot de zwaarte van het gelaedeerde belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging, in acht te nemen. In art. 1 36 lid 2 voornoemd, ligt niet de verplichting besloten tot het instellen van een onderzoek naar de financiële omstandigheden van degene aan wie de dwangsom wordt opgelegd, alvorens de hoogte van de dwangsom te bepalen. Voorts is niet gebleken dat aan de gewraakte aanschrijving geen zorgvuldig onderzoek naar de relevante feiten en de af te wegen belangen is voorafgegaan. De president heeft dan ook ten onrechte geoordeeld kantoor huren roermond dat het bestreden besluit, voor zover het de hoogte van de dwangsombepaling betreft, in strijd is met art. 3:2 van de Awb. De hiervoor genoemde in art. 1 36 lid 2 neergelegde maatstaf biedt naar zijn strekking ruimte voor een bestuurlijke afweging van belangen bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom. De wijze waarop appellanten gebruik hebben gemaakt van deze beoordelingsvrijheid dient door de rechter dan ook terughoudend te worden getoetst.