Doel van de wet

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl
Het doel van de Wet voorkeursrecht gemeenten (WVGem) is het verschaffen van een voorkeursrecht voor gemeenten bij de verwerving van winkel huren amsterdam onroerende zaken. Met name ter effectuering van het stadsvernieuwingsbeleid is het belangrijk dat de gemeenten over een voorkeurspositie kunnen beschikken bij aankoop van onroerend goed. Een effectief stadsvernieuwingsbeleid is niet mogelijk indien projectontwikkelaars en speculanten onroerende zaken wegkopen. Deze zouden dan alleen via een tijdrovende en moeizame onteigeningsprocedure door winkel huren haarlem de gemeenten in eigendom kunnen worden verkregen.
8.9.2 Instrumenten
Om het doel te bereiken zijn in de Wet voorkeursrecht gemeenten de volgende instrumenten opgenomen. Op grond van art. 2 WVGem kan de gemeenteraad gebieden aanwijzen waarin de gemeente het eerste recht van koop heeft. Voor aanwijzing komen alleen gronden in aanmerking waaraan bij een structuur- of een bestemmingsplan een niet-agrarische winkel huren amsterdam zuidas bestemming is toegedacht c.q. gegeven en waarvan het gebruik afwijkt van dat plan. Indien de gronden zijn gelegen in stadsvernieuwingsgebieden op grond van de WSDV kan de aanwijzing ook plaatsvinden indien het gebruik wel in overeenstemming is met het bestemmingsplan.
•Voorbeeld Naar aanleiding van een beroep tegen een aanwijzing van een perceel waarop een voorkeursrecht was gevestigd, oordeelde de Raad van State als volgt: ‘Vooropgesteld dient te worden dat de Onteigeningswet en de Wet voorkeursrecht gemeenten twee naast elkaar bestaande, afzonderlijke regelingen bevatten. Thans staat ter beoordeling of de raad in redelijkheid tot aanwijzing van de gronden op grond van laatstgenoemde wet heeft kunnen besluiten. Uit de wettekst volgt niet dat de enkele omstandigheid dat winkel huren amsterdam wtc appellante bereid is de renovatie zelf uit te voeren en het gebruik van de panden daardoor ook in overeenstemming te brengen met het ter plaatse van kracht zijnde plan tot gevolg heeft dat de raad niet langer de bevoegdheid heeft tot aanwijzing van de gronden over te gaan.

De nieuwe wet

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Ook biedt de wet de basis voor de programmering en financiering van de gebiedsgerichte inrichting van de meer landelijke gebieden van Nederland. De wet bundelt en verankert daartoe in een wet het op deze gebieden van winkel huren amsterdam toepassing zijnde sturingsmodel, de planvorming, de programmering en de uitvoering van het rijksbeleid. Tot slot wordt in de wet het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG), voor zover dit een wettelijke verankering behoeft, opgenomen, evenals de gewenste sanering van de veelheid aan verschillende planfiguren, de programmering van het gebiedsgerichte winkel huren haarlem beleid.
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt iedere zeven jaar een zogenaamd rijksmeerjarenprogramma op (art. 3 Wilg) en Provinciale Staten stellen zevenjaarlijks een provinciaal meerjarenprogramma (art. 4 Wilg) op voor het gebiedsgerichte beleid. De nieuwe wet regelt daarnaast de programmering en de regulering van de geldstromen voor de uitvoering van het inrichtingsbeleid door winkel huren amsterdam zuidas Gedeputeerde Staten.
Ter uitvoering van het gebiedsgerichte beleid stellen Gedeputeerde Staten inrichtingsplannen vast. Hieraan zijn rechtstreekse rechtsgevolgen verbonden, zoals de toewijzing van eigendom, beheer en onderhoud van openbare voorzieningen, de regeling omtrent de openbaarheid van in het plan aan te duiden wegen, de mogelijkheid tot aanduiding van te herverkavelen blokken alsmede te verwerven zaken. Op de voorbereiding van een dergelijk inrichtingsplan is de winkel huren amsterdam wtc uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Tegen de appellabele gedeelten van het inrichtingsplan staat vervolgens beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De rechtstreekse gemeenten

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De rechtstreekse gemeenten zijn de dertig grotestedenbeleid-gemeenten. Zij worden de rechtstreekse gemeenten genoemd, omdat zij hun winkel huren amsterdam bijdrage direct van het Rijk ontvangen in het kader van het grotestedenbeleid. De niet-rechtstreekse gemeenten zijn de kleinere gemeenten, waarvoor de provincie de ISV-gelden verdeelt.
Voor het verkrijgen van een ISV-bijdrage moeten de gemeenten een meerjaren-ontwikkelingsprogramma indienen voor een periode van vijf jaar. Het Rijk toetst de voorstellen in de programma’s en vraagt advies aan de provincie. De programma’s van de niet-rechtstreekse gemeenten worden door winkel huren haarlem de provincie getoetst. Na afloop moet de gemeente zich verantwoorden. Het Rijk beoordeelt dit voor de grotere gemeenten en de provincies voor de overige gemeenten. Indien de prestaties naar behoren zijn gerealiseerd, kan een gemeente ook voor het volgende tijdvak op een ISV-bijdrage rekenen. Indien verwijtbaar slecht is gepresteerd, kan het Rijk bijdragen terugvorderen of strengere eisen gaan stellen. Een meerjaren-ontwikkelingsprogramma wordt getoetst aan het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005.
Het ISV gaat ervan uit dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en voortgangsbewaking van het ISV-beleid. Aan het einde van de winkel huren amsterdam zuidas budgetperiode van vijf jaar stelt de ISV-gemeente een verantwoordingsrapportage op. Daarin staat hoe de resultaten op dat moment zich verhouden tot de vooraf gestelde doelen.
7.2.2 Verbetering van de kwaliteit van het landelijke gebied Ook voor verbetering van het landelijk gebied bestaat er een budget: het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG). De basis daarvoor is de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg). Art. 2 lid 1 Wilg bepaalt dat Gedeputeerde Staten van de provincies zorg dragen voor de realisatie van het gebiedsgerichte beleid. Gebiedsgericht beleid is volgens art. 1 lid 1 onder b Wilg: beleid voor zover het betreft inrichting, gebruik en beheer voor specifiek in aanmerking komende delen van het winkel huren amsterdam wtc landelijke gebied, gericht op de verbetering van de kwaliteit van het landelijke ge
292 7 Woningwet: voorziening in woningbehoefte en financiële steun voor stedelijk en landelijk gebied
bied, in elk geval ten aanzien van natuur, recreatie, landschap, landbouw, sociaaleconomische vitaliteit, milieu en water. Het Rijk stelt op grond van art. 3 Wilg een rijksmeerjarenprogramma vast met betrekking tot het gebiedsgerichte beleid, Provinciale Staten stellen (art. 3 Wilg) voor hun provincie een provinciaal meerjarenprogramma vast. Door het sluiten van een overeenkomst tussen de minister van LNV (en eventueel andere betrokken ministers) en Gedeputeerde Staten van elke provincie worden afspraken vastgelegd om de rijksdoelstellingen te realiseren (art. 7 Wilg). De rijks- en provinciale meerjarenprogramma’s zijn de basis van de afspraken in deze bestuursovereenkomst. In ieder geval worden vastgelegd: a de in de provincie in het investeringstijdvak te realiseren bijdrage aan de doelen van het gebiedsgerichte beleid van het Rijk en de daaraan gerelateerde prestaties; b de hoogte van het door de ministers ter beschikking te stellen investeringsbudget; c de door de minister van LNV gedurende het investeringstijdvak ten behoeve van de realisatie van het gebiedsgerichte beleid in te zetten capaciteit van de Dienst landelijk gebied, en, in voorkomend geval, van andere diensten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; en d een aanduiding van de omvang van de beschikbare provinciale middelen.

Monumenten Bouwvergunningen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Monumenten Bouwvergunningen voor bouwplannen met betrekking tot monumenten zijn afhankelijk van de beslissing op de aanvraag monumentenvergunning, een vergunning tot het wijzigen van een monument winkel huren amsterdam op grond van de Monumentenwet 1988. Zolang niet over de monumentenvergunning is beslist, moet de beslissing op de aanvraag bouwvergunning worden aangehouden (art. 54 Wonw). De bouwvergunning moet worden geweigerd als de monumentenvergunning niet is verleend (art. 44 lid e Wonw). Volgens art. 16 lid 6 Monw wordt de werking van de monumentenvergunning winkel huren haarlem opgeschort totdat de termijn voor een beroep tegen de monumentenvergunning is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. De voorzieningenrechter van de rechtbank of de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan deze schorsende werking op verzoek opheffen. De aanhouding van de beslissing op de bouwaanvraag eindigt als volgt (art. 54 lid 2 Wonw): Indien tegen het besluit winkel huren amsterdam zuidas op de aanvraag monumentenvergunning geen beroep is ingesteld: met ingang van de dag waarop zes weken zijn verstreken na de bekendmaking van dat besluit. Indien tegen het besluit binnen zes weken na de bekendmaking beroep is ingesteld: met ingang van de dag na de dag waarop het verzoek van de vergunninghouder om de opschorting van dat besluit op te heffen, is toegewezen.
Als dus een aanvrager een monumentenvergunning verkrijgt waartegen bezwaar of beroep wordt ingesteld, moet hij – om alvast te kunnen gaan bouwen – aan de voorzieningenrechter van de rechtbank of de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken om opheffing
6.6 Beslissingstermijn en aanhouden beslissing 275
van de opschortende werking van het beroep. Bij honorering van dat verzoek mogen burgemeester en wethouders de beslissing op de bouwaanvraag niet langer aanhouden. Binnen twee weken na de beëindiging van de aanhouding moeten burgemeester en wethouders over de bouwvergunning beslissen en van de beëindiging van de winkel huren amsterdam wtc aanhouding mededeling doen. Als zij niet tijdig beslissen en de monumentenvergunning is verleend, is de bouwvergunning van rechtswege verleend (art. 54 lid 4 en 5 Wonw).
Ad 8 Ontheffing van het Bouwbesluit gewenst In bijzondere gevallen geeft de minister ontheffing van voorschriften van het Bouwbesluit (art. 7 Wonw), bijvoorbeeld bij experimentele bouw. Burgemeester en wethouders houden de beslissing omtrent een aanvraag om bouwvergunning aan (art. 55 lid 1 Wonw), indien naar hun oordeel voor het bouwen van het bouwwerk een dergelijke ontheffing is vereist.

De gemeenteraad

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Naar aanleiding van een verzoek om een bestemmingsplan te herzien, zal de gemeenteraad een besluit nemen. Dat besluit staat niet meer op de negatieve lijst van de Awb omdat het een finaal besluit is geworden: door de invoering van de nieuwe Wro is immers geen goedkeuringsbesluit van Gedeputeerde Staten meer vereist. Tegen het besluit winkel huren amsterdam van de gemeenteraad omtrent vaststelling van een bestemmingsplan staat dus beroep open. Op de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 Awb van toepassing. Op de voorbereiding van de weigering naar aanleiding van een verzoek om een bestemmingsplan vast te stellen is Titel 4.1 Awb van toepassing. Tegen de weigering kan aldus een bezwaarschrift bij de gemeenteraad worden ingediend. Beroep tegen de vaststelling of de weigering tot vaststelling staat direct open bij de Afdeling bestuursrechtspraak winkel huren haarlem van de Raad van State (art. 8.2 lid 1 onder a Wro).
Toetsing aan ander bestemmingsplan dan geldt bij de bouwvergunning Bij de beslissing op de bouwaanvraag kan een ander bestemmingsplan van kracht zijn dan ten tijde van de aanvraag bouwvergunning. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor als vóór de beslissing op een Awb-bezwaarschrift een bestemmingsplan in werking treedt met een andere bestemming voor de locatie winkel huren amsterdam zuidas waarop de bouwvergunningaanvraag betrekking heeft. Indien een bouwaanvraag in overeenstemming is met het geldende bestem
256 6 Woningwet: nieuwbouw
mingsplan en ten tijde van de aanvraag geen voorbereidingsbesluit geldt of een bestemmingsplan in procedure is gebracht, mag bij het besluit op de aanvraag worden getoetst aan het op het moment van de aanvraag geldende bestemmingsplan. Mocht ten tijde van het besluit een nieuw bestemmingsplan gelden waarmee het bouwplan in strijd is, dan kan dat nieuwe bestemmingsplan niet aan de bouwvergunning in de weg staan. Dit is een uitzondering op de hoofdregel. De hoofdregel is winkel huren amsterdam wtc namelijk dat in alle andere gevallen bij het besluit op de aanvraag moet worden getoetst aan het bestemmingsplan dat geldt ten tijde van het besluit (of bij een besluit op een bezwaar aan het bestemmingsplan dat geldt ten tijde van het besluit op het bezwaar). De hoofdregel is dus de ex nunc toetsing: het recht dat geldt ten tijde van het besluit is van toepassing. Zie ABRvS 13 oktober 2004, AB 2004/401.

Kennisgeving aanvraag

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Kennisgeving aanvraag bouwvergunning Art. 41 Wonw luidt:
‘van een aanvraag om bouwvergunning wordt binnen twee weken na ontvangst daarvan door burgemeester en wethouders kennisgegeven in winkel huren amsterdam een van gemeentewege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.’
Meestal staat de kennisgeving in een huis-aan-huisblad. Maar dat is niet verplicht: een publicatie in een dagblad is ook voldoende (zie ABRvS 28 december 1999, AB 2000/150, een geval waarin Amsterdam de aanvraag in Het Parool had gepubliceerd). Let wel: publicatie van de aanvraag winkel huren haarlem in een blad is verplicht, publicatie van de verlening van de bouwvergunning in een blad is niet verplicht, slechts (volgens art. 5 7 lid 1 onder b Wonw) de aantekening in een door burgemeester en wethouders ingesteld openbaar register. Het wettelijk systeem is zo dat van een bezwaarde wordt verwacht dat hij zelf na publicatie van de aanvraag nagaat of de vergunning is verleend. Doet hij dat niet, dan loopt hij de kans zijn winkel huren amsterdam zuidas bezwaarschrift tegen de bouwvergunning te laat in te dienen. Uit de genoemde uitspraak van 28 december 1999 blijkt dat iemand geacht wordt op de hoogte te zijn van de datum van afgifte van de bouwvergunning indien de aanvraag op de voorgeschreven wijze gepubliceerd is. Op het niet lezen van het dagblad of het ten tijde van de publicatie afwezig zijn, kan niet met succes een beroep worden gedaan. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is zes weken na bekendmaking van de bouwvergunning; bekendmaking winkel huren amsterdam wtc van dergelijke besluiten betekent volgens de Awb: toezending of uitreiking aan de aanvrager. Art. 3:41 Awb luidt immers:
‘l De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. 2 Indien de bekendmaking van het besluit niet kan geschieden op de wijze als voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.’
Gelukkig plegen de meeste gemeentebesturen in de publicatie te vermelden wanneer een bouwvergunning aan de aanvrager bekend is gemaakt. De zeswekentermijn voor het indienen van een bezwaarschrift begint te lopen vanaf de bekendmaking van de bouwvergunning aan de aanvrager, waarvan het tijdstip dus eerder kan liggen dan het tijdstip van de publicatie zelf. Volgens art. 6:11 Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar (of beroepschrift) niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.